/ 8-ball
SPELREGELS
Stoten De speelbal mag alleen met de pomerans worden gestoten. Wordt de bal anders dan met de pomerans gespeeld, is het een fout. Begin van het spel De volgende procedure wordt gebruikt om te bepalen welke speler mag beginnen: elke speler pakt een bal van dezelfde grootte en gewicht. De ene speler plaatst de bal links achter de koplijn, de andere rechts. De spelers stoten tegelijkertijd de bal naar de voetband van de tafel. De speler wiens bal het dichtst bij de kopband belandt mag beginnen. De aangespeelde bal moet minimaal eenmaal de voetband raken. Contact met andere banden is toegestaan met inachtneming van het onderstaande. Deze "toss-opstoot" wordt automatisch verloren als: - de bal op de helft van de tegenstander komt; - de bal de voetband niet raakt; - de bal in een pocket verdwijnt: - de bal van de tafel springt. Indien beide spelers de regels overtreden of als de referee niet kan beoordelen welke bal het dichtst bij de kopband ligt, wordt de stoot overgespeeld. De winnaar bepaalt wie de wedstrijd begint. De openingsstoot De speelbal is bij de openingsbreak "in-hand" en moet van achter de koplijn worden gespeeld. De objectballen worden geplaatst volgens de regels van het spel dat wordt gespeeld. Speelbal "in-hand" achter de koplijn Als de speelbal "in-hand" is achter de koplijn, blijft hij "in-hand" totdat de speler de bal uit de "kitchen" speelt door middel van een legale stoot of als de referee constateert dat de speler, in een duidelijke poging de bal te stoten, de bal anders raakt dan met de pomerans. De bal mag worden verplaatst met de hand of met de keu, zolang de bal "in-hand" is. Als de bal eenmaal "in-play" is, mag de loop van de bal niet meer worden veranderd, anders is het een foul. Gepotte ballen Een bal wordt als gepot beschouwd, indien hij door een legale stoot van tafel in een pocket verdwijnt en daar blijft. Als een bal terug op tafel springt, wordt hij niet als gepot beschouwd. Positie van de bal De positie van de bal wordt bepaald door het punt waar de bal op de tafel rust. Een voet op de vloer Het is een foul indien een speler tijdens de afstoot niet met minimaal een voet de vloer aanraakt. Afstoten als een bal nog beweegt Het is een foul als de speelbal wordt gespeeld indien deze of een van de objetballen nog in beweging is. Einde van een stoot Een stoot is ten einde als alle ballen volledig stil liggen. Afbakening van de "kitchen" De koplijn maakt geen deel uit van de "kitchen". Als een bal precies op de koplijn ligt, ligt hij niet in de "kitchen" en mag hij worden aangespeeld als de regels van een bepaald spel vereisen dat een bal buiten de "kitchen" moet worden aangespeeld. Als de speelbal "in-play" wordt gebracht in de "kitchen", moet hij achter de koplijn worden geplaatst. Fouls Het is een foul als: - de speelbal wordt geraakt anders dan met de pomerans; - de speelbal twee keer wordt geraakt: - de speelbal vooruit wordt geduwd, in plaats van gestoten; - de speelbal het contact met het speelvlak verliest (springt) bij een opzettelijke poging (om bijvoorbeeld een in de weg liggende bal te vermijden). Indein de bal per ongeluk van het speelvlak springt is het een foul. Algemene regels bij een foul Hoewel de straffen voor een foul verschillen van spel tot spel is het volgende bij iedere foul van toepassing: - de beurt van de speler is voorbij; - indien er een of meerdere ballen worden gepot tijdens een "foul-stroke", wordt of worden deze niet geteld. Fouls waarvoor de speler ook verantwoordelijk is De speler is verantwoordelijk voor krijt, bruggen en andere voorwerpen of hulpstukken die hij gebruikt. Als hij bijvoorbeeld een krijtje op tafel laat vallen of een hulpstuk gebruikt en daarmee een van de ballen "in-play"raakt, is dit een foul. Definitie van "jumped balls" Een bal, die tot rust komt na een stoot anders dan op het speelveld (bijvoorbeeld op de band of op de vloer) is een "jumped-ball". Een bal mag op de bovenkant van een band stuiten, als hij maar weer op het speeloppervlak terugkomt, zonder iets te raken dat niet bij het speelmateriaal hoort. Een "jumped-ball" wordt terug geplaatst (gespot) wanneer alle ballen stil liggen. Wanneer het een objectbal betreft geven de specifieke spelregels aan of het een foul is en of de bal gespot, danwel in een pocket gestopt moet worden. Indien de "jumped-ball"de speelbal is, is het een foul. Straf bij een opzettelijke foul Als de speelbal "in-play" opzettelijk wordt geraakt anders dan met de pomerans, zal de betreffende speler de waarschuwing krijgen dat, indien hij het nogmaals doet, de wedstrijd zal verliezen. Foul-limiet Tenzij beplaalde regels van een spel anders bepalen, is er maar een foul mogelijk tijdens een "inning" (1 beurt aan de tafel). Indien een speler bestraft moet worden voor meerdere fouls, wordt hij met de zwaarste bestraft. Uit zichzelf bewegende ballen Indien een bal uit zichzelf beweegt, zal hij in de posaitie blijven waar hij stopt en zal het spel verder gaan. Een bal die op de rand van een pocket ligt en er vanzelf invalt (na minimaal 3 seconden stil gelegen te hebben) zal zo goed mogelijk op de plek neergelegd worden waar hij lag, waarna het spel verder gaat. Indien een objectbal uit zichzelf in een pocket valt, terwijl een speler de speelbal naar deze bal toe speelt en de speelbal over de plek rolt waar de objectbal lag, worden beide ballen in hun originele posities terug gelegd en moet de speler dezelfde stoot nogmaals doen.
Het "spotten" van ballen Als de regels aangeven dat objectballen terug op de tafel gelegd moeten worden, dan moeten deze op de "long-string" gelegd worden als alle ballen stil liggen. Wanneer het gaat om één bal, dan moet deze op de voetspot "gespot" worden. Indien er meerdere ballen "gespot" moeten worden, dan moeten ze op de "long-string" (in numerieke volgorde) geplaatst worden, te beginnen bij de voetspot en dan in de richting van de voetband. Indien een bal niet op de voetspot geplaatst kan worden omdat deze bezet is door een bal "in-play" moet hij op de "long-string" zo dicht mogelijk bij de boetspot geplaatst worden, tegen de in de weg liggende bal aan. Wanneer er geen ruimte is op de "long-string" naar de voetband toe, dan moet(en) de bal(len) in het verlengde van de "long-string" voor de voetspot geplaatst worden. Ook hier moet de bal dan zo dicht mogelijk bij de voetspot geplaatst worden en in dezelfde numerieke volgorde, d.w.z. de laagst genummerde bal het dichtst bij het midden van de tafel. Jawed balls Wanneer twee of meer ballen zo tussen de banden van een pocket (jaws) liggen, dat er één of meer de tafel niet meer raakt, moet de referee beslissen of de bal, als hij de tafel zou raken, in de pocket zou verdwijnen. Indien dit het geval is, moet de bal als gepot beschouwd worden en in de packet gestopt worden. Ballen die de tafel wel raken moeten als niet gepot beschouwd worden. Deze worden naar het oordeel van de referee zo geplaatst alsof er geen sprake was van "jawed balls". Extra gepotte ballen Wanneer een speler, in een correcte stoot, buiten de door hem/haar aangewezen bal nog één of meerdere ballen pot, worden deze geteld als correct gepotte ballen. Non-player interference Wanneer de ballen worden bewogen (of de speler zodanig wordt aangeraakt, dat het spel direct beïnvloed wordt) door iets of iemand buiten de speler zelf, moeten de ballen op hun plek worden terug geplaatst en mag de speler verder gaan. Break volgorde Wanneer partijen worden gespeeld waarin dezelfde spelers meerdere games tegen elkaar spelen, zal iedere speler om beurten een game beginnen. Tijdens een game moeten de spelers ook om beurten spelen. Een beurt (inning) eindigt wanneer een speler niet correct een bal pot of een foul maakt. |